De Belgische fotografe Danièle Zucker heeft het ongrijpbare, het vergankelijke en het transformatieve van de werkelijkheid tot de hoofdingrediënten van haar beelden gemaakt. Ze is kunstenaar-filosoof, doctor in de psychologie, en begeeft zich op het grensvlak van het zichtbare en het onzichtbare. Haar beelden ontstaan in de eerste plaats uit intieme ervaringen met de natuur tijdens mijmerende wandelingen die ze al sinds haar kindertijd maakt. “Het vastleggen op beeld van wat mij raakt was de voornaamste drijfveer voor mijn werk. Ik heb dit medium nooit losgelaten omdat ik hierin echt mezelf heb gevonden,” vertelt ze. Ze deelt een bepalende herinnering: “toen ik ongeveer tien jaar oud was, lag ik in het gras en stelde ik me voor dat het gras over me heen groeide, dat bloemen op me groeiden, tot het moment dat ik volledig opging in het geheel. Het was een prachtige en overweldigende indruk die me nooit meer heeft losgelaten. Het is dat gevoel dat ik probeer te herbeleven wanneer ik foto’s maak.”

Danièle Zucker
Haar fotografische taal is gericht op transformatie en uit zich in weerspiegelingen, verschijningen, vervagingen en de instabiele toestanden van het zichtbare: “de werkelijkheid houdt niet op bij wat we zien. Alles verandert voortdurend, in ons en om ons heen. Denk bijvoorbeeld aan de transformatie zijn van iets tragisch naar iets moois. Als we kijken naar de instabiele aspecten van de werkelijkheid, zijn weerspiegelingen in dit opzicht veelzeggend aangezien één enkele weerspiegeling alle andere in zich draagt en voortdurend in beweging is.” Haar vluchtige beelden, waarin haar opleiding tot psycholoog en haar artistieke praktijk samenkomen, worden verder gevoed door haar nieuwsgierigheid naar de kwantumfysica en een visie op het veranderlijke, het waarschijnlijke en het veelzijdige. “De wetten van het oneindig kleine tonen aan dat een elektron zich niet op een vast punt bevindt, maar in een toestand van mogelijkheden, als een wolk van waarschijnlijkheden, en dat juist het observeren ervan ervoor zorgt dat het tot één enkele positie wordt gereduceerd. De handeling van het observeren zelf verandert wat wordt waargenomen. Dit idee sluit sterk aan bij mijn werk. In mijn beelden ben ik juist geïnteresseerd in die momenten waarop de werkelijkheid nog niet gestabiliseerd is, waarop vormen verschijnen, verdwijnen en zich verplaatsen, alsof ze in een tussenliggende toestand bestaan.” Een van haar series, “Rêverie quantique”, gaat overigens uit van de vaststelling van twee natuurkundige experimenten. “De eerste heeft betrekking op ‘superfluïditeit’: indien helium tot zeer dicht bij het absolute nulpunt (bij -269 graden) wordt afgekoeld, wordt het niet vloeibaar maar ‘hypervloeibaar’, dat wil zeggen dat het ontsnapt en door de wanden van de houder heen dringt. Voor mij sluit dit aan bij mijn kinderdromen, de sprookjes waarin je door muren heen kan bewegen. Dat fascineert mij enorm. Het tweede experiment bestaat uit het afvuren van elektronen tegen een relatief dun oppervlak: de meeste kaatsen terug, maar sommige gaan erdoorheen. Het feit dat je materie kunt doordringen, blijft voor mij een bron van absolute fascinatie.”

Danièle Zucker, Transmutation, 2025
In haar recente series krijgt dit onderzoek concrete vormen. Met “Transmutation”, dat in juni werd tentoongesteld op de BRAFA 2026 en de laatste photo basel, fotografeerde ze de bergen van de Himalaya en accentueerde ze deze vervolgens met de hand met een randje bladgoud. “Het goud dient niet ter decoratie, maar als element van transmutatie.” Bij het ontdekken van de hoge bergtoppen werd ze getroffen door de geologische en tektonische gewelddadigheid die aan de basis ligt van het reliëf, dat ze vergelijkt met de botsingen in het menselijk bestaan. “Als je echt naar de Himalaya kijkt, is het helemaal geen landschap om in te mijmeren,” beschrijft ze. ”Het is juist een zeer gefragmenteerd, zeer verwrongen landschap. De rotsen liggen door elkaar, verschillen enorm van elkaar en liggen tegelijkertijd zij aan zij. Dat is heel indrukwekkend. Toen ik daar naar keek, vond ik een parallel met onze levenslopen, en bedacht ik dat ook wij vol botsingen, schokken en breuken zitten. Als we erin slagen om juist deze beproevingen te doorstaan, kan dat onze kracht worden, net zoals deze bergen zijn ontstaan uit iets heel gewelddadigs.” Een mooie beschouwing over de menselijke conditie en de vergankelijkheid van de natuur.

Danièle Zucker, Dévoilement, 2017