Het is een van de verborgen pareltjes van de art deco in Brussel. Dit ‘huismuseum’, gerealiseerd in 1928, is ontstaan door de gezamenlijke droom van David en Alice van Buuren. Zij waren als verzamelaar en filantroop in de jaren twintig zeer invloedrijk in de mondaine, artistieke en politieke kringen. “Het pand is nagenoeg honderd jaar vrijwel onveranderd gebleven. Het huis is ontworpen als een ‘totaalkunstwerk’: de tuin, de kunstcollectie, het meubilair, de architectuur… alles is bedacht als geheel,” vertelt Manon Magotteaux. Drie jaar geleden werd zij benoemd tot conservator van het Van Buuren-museum en de tuinen. “Wat me in dit project aansprak, was de verantwoordelijkheid voor een plek die lange tijd ‘verborgen’ is gebleven en die men alleen via mond-tot-mondreclame kon ontdekken,” vervolgt de kunsthistorica, die voorheen verantwoordelijk was voor de tentoonstellingen in de Villa Empain, een andere iconische plek van de Brusselse art deco. “Het museum vierde vorig jaar zijn 50-jarig bestaan. Mijn uitdaging is om deze plek toegankelijker te maken en aandacht te besteden aan de zichtbaarheid ervan, zodat anderen het kunnen ontdekken — inclusief de buren die soms niet eens weten wat zich achter de heg verbergt…”

Manon Magotteaux
Het huis van Buuren is geen museum zoals alle andere. Het was oorspronkelijk een leefruimte die zorgvuldig was ontworpen en ingericht door de eigenaren, en beschikt over een indrukwekkende tuin van 1,2 hectare met een doolhof en rozentuinen. Alice van Buuren, die in 1973 overleed, heeft het huis, de volledige inboedel en de tuinen nagelaten aan een stichting die zij gedurende haar leven had opgericht. “Het museum opende in 1975 en sindsdien is er geen enkele stoel van plaats veranderd,” vertelt Manon Magotteaux. “Dat is uitzonderlijk. In tegenstelling tot andere musea waarbij veelal reconstructies hebben plaatsgevonden, is hier alles origineel, zelfs de linnenkast.” Een bezoek aan Museum van Buuren is daarmee een ware reis door de tijd. Daarnaast omvat de kunstcollectie van meer dan driehonderd werken de grootste namen uit de Belgische kunst. Pieter Brueghel, Constant Permeke, James Ensor, Gustave van de Woestyne passeren de revue. Daarnaast bevat de collectie ook werken van internationale kunstenaars zoals Foujita. “We lenen onze werken vaak uit, met name de werken van Van de Woestyne, waar veel vraag naar is. Zo houden we de collectie levend.” Bovendien organiseert het museum een rijk programma aan tentoonstellingen en evenementen. Vorig jaar werd daar tevens het honderdjarig bestaan van de art deco in al zijn facetten gevierd, van mode tot sieraden, met onder meer een focus op de tentoonstelling van 1925 in Parijs en de beeldhouwkunst uit het interbellum.

De meest recente tentoonstelling, “Territoires intérieurs”, toont tot en met 27 september 2026 het werk van Gustave van de Woestyne en Anto Carte, twee belangrijke figuren uit de 20e-eeuwse Belgische kunst. Dit project is tot stand is gekomen in samenwerking met de Fondation Anto Carte en de groep Nervia, bestaande uit de vriendengroep van Anto Carte, opgericht door Léon Eeckman. “Hoewel ze elk in een andere regio van het land werkzaam waren, laat de tentoonstelling zien dat deze twee kunstenaars op dezelfde ‘bodem’ hebben gewerkt. Ze brachten de verbinding met de aarde, het boerenleven, de eenvoudige handelingen en het heilige dat in het dagelijkse werk schuilt, weer tot leven.” Hoewel de tentoonstelling geen onderdeel is van een rondreizend programma, sluit de conservator niet uit dat het thema elders zal worden uitgewerkt, zoals op het honderdjarig jubileum van de groep Nervia in 2028. Het Huis van Buuren is zoveel meer dan een museum: het is een levend conservatorium dat nog lang zal blijven stralen…
